De vlieger

Op het strand sta ik
zand tussen mijn tenen
wind in mijn gezicht.
De meeuwen, de branding
en de pijn van het snijdende touw.

Mijn ogen gericht op de vlieger,
ver weg, hoog in de blauwe lucht
rustig, bijna onbekommerd,
traag bewegend op de wind.

Plotseling een rukwind, een duikvlucht
Paniek, ineengekrompen hart
Laat het touw vieren!
Houd de vlieger in de lucht!

Steeds verder, steeds verder laten vieren
Totdat het touw knapt, uit mijn handen glipt
en de wind jou meevoert
naar een onbekende plek,
ver buiten mijn gezichtsveld.