Franciscus

7 okt

Hij stopt met praten en draait zijn hoofd naar de foto die prominent op het toneel staat: een oudere dame kijkt vriendelijk glimlachend in de lens van de camera. Het is zijn moeder. Hij wil iets zeggen, maar bedenkt zich, de blik naar binnen gericht, de herinnering proevend. Dan vervolgt hij: ‘Toen Franciscus nog jong was kwam hij een groep melaatsen tegen. Resoluut gaf hij zijn paard de sporen en galoppeerde weg. Na verloop van tijd, hijzelf en zijn paard buiten adem, hield hij in. Hij stapte af, nam het paard aan de teugel en liep naar een boom. Daar ging hij zitten, geschrokken van zichzelf. Zo’n felle reactie, zo’n heftige vlucht! Waarom ontvluchtte hij deze zieke mensen, die zijn liefde juist zo nodig hadden? Beduusd keerde hij terug en nam de melaatsen in zijn armen.’
Hij kijkt de zaal in, pakt de foto van zijn moeder in zijn hand en vervolgt: ‘Ik deed hetzelfde bij haar, mijn moeder, toen zij begon te dementeren.’

Het is pijnlijk en tegelijkertijd ook mooi, dit moment uit de voorstelling van Frank Jenniskens, de man die mij in de Eenakter vaak begeleidt op zijn viool. Zijn voorstelling* gaat over het leven van Franciscus van Assisi, Frank’s eigen voettocht naar Italië en zijn zoektocht naar de Franciscus in hem of, zo je wilt, de Franciscus in ons allemaal.
Het moment is pijnlijk omdat het mij herinnert aan mijn eigen weerstand om Ann te zien aftakelen: het niet meer kunnen begrijpen van wat ik tegen haar zei, het tergend langzame lopen, het speeksel dat uit de mond liep, de lege blik in haar ogen, de geur van urine, de vlekken op de kleren, maar vooral het feit dat Ann niet meer was wie ze ooit geweest was. Mijn angst om deze idiote werkelijkheid onder ogen te zien. Hoe graag had ik mijn paard niet de sporen willen geven?
Maar het is ook een mooi moment, omdat het hardop uitspreken van die weerstand, een opening is om er iets aan te doen: Franciscus keerde zijn paard en omhelsde de melaatsen, Frank overwon zijn tegenzin en zorgde gedurende twee jaar liefdevol voor zijn moeder. En ik? Met muziek en het voorlezen van kinderboeken had ik toch nog contact weten te maken met Ann toen ze al ver heen was. Dat was mijn manier geweest om mijn ‘melaatse’ vrouw te omhelzen.

Frank praat verder, over de moeilijke dagen in het leven van Franciscus, zijn twijfels, niet meer weten welke richting te gaan. Ook praat hij over zijn eigen depressie en zijn worstelingen met het leven. ‘Zware tijden zijn uiteindelijk compost voor het leven’, hoor ik hem zeggen. ‘Laat het los en dan komen de antwoorden als vanzelf’.
Ik hield er niet van om dingen los te laten, bang in lethargie te vervallen. Ik hield ervan dingen te regelen, te organiseren, naar mijn hand te zetten. Maar bij Ann’s ziekte was dat zinloos gebleken: ik moest machteloos toezien. Ik had geprobeerd om het los te laten, maar dat was me slechts zelden gelukt. Zware tijden waren het geweest. Was dat nou echt compost voor de toekomst?

Ik concentreer me weer op Frank’s verhaal en als hij zijn viool pakt en begint te spelen, sluit ik, net als de andere aanwezigen, mijn ogen en laat me meevoeren op de klanken. Ik loop door het Italiaanse landschap, blote voeten in sandalen, een pij van vodden, droog brood in mijn zak, de najaarszon op mijn rug. Ik hoor de vogels en het ruisen van de wind door de bomen, ruik de geur van het bos en volg de vlinders. Even is de snelweg van het dagelijkse leven ver weg: geen verplichtingen om na te komen, geen rekeningen die betaald moeten worden, geen herinneringen aan zware tijden, alleen maar lopen, lopen en nog eens lopen, erop vertrouwend dat het Pax et Bonum** van Franciscus door toedoen van de compost mooi zal gaan groeien en bloeien.

*Klik hier voor meer informatie over de voorstelling van Frank Jenniskens over Franciscus.

**Pax et Bonum was de lijfspreuk van Franciscus van Assisi. Vertaald: Vrede en alle goeds. Vanaf mijn vroege jeugd hing er bij mijn ouders boven de open haard een tegeltje met die spreuk (zie foto).

Franciscus

Print Friendly